Sociaal-Juridisch

Tewerkstelling van een schoolverlater: waarmee rekening houden?

By 29 augustus 2019 No Comments

Studenten die in juni hun studies beëindigd hebben, kunnen na aflegging van examens nog t.e.m. 30 september van dat kalenderjaar werken onder het voordelige studentenstatuut (475u met solidariteitsbijdrage) op voorwaarde dat de tewerkstelling sociaal gezien de kenmerken van   studentenwerk heeft. Vanaf oktober is er in elk geval geen tewerkstelling meer mogelijk als student.

‘Verdoken proefperiode’

Opgelet met het aanbieden van een vast contract onmiddellijk na de tewerkstelling als student. Het is volgens de RSZ niet de bedoeling dat werkgevers studentenarbeid gaan gebruiken als een ‘verdoken proefperiode’.

Wat verstaan moet worden onder een tewerkstelling die sociaal gezien de kenmerken van studentenwerk heeft, valt onder de beoordelingsbevoegdheid van de RSZ.

Factoren die hierbij kunnen meespelen zijn het feit dat de studententewerkstelling en de vaste tewerkstelling een andere functie betreffen of het feit dat er een voldoende lange onderbreking is tussen de twee tewerkstellingen.

Indien er sprake is van een verdoken proefperiode zijn de gewone socialezekerheidsbijdragen van toepassing die dan ten laste vallen van de werkgever zowel de werkgeversbijdragen als de werknemersbijdragen.

Bedrijfsvoorheffing

Voor jonge werknemers is onder bepaalde voorwaarden geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd op de bezoldigingen betaald of toegekend tijdens de maanden oktober, november of december. Als werkgever is het belangrijk om hierbij rekening te houden bij de loonverwerking.

De jonge werknemer moet aan volgende voorwaarden voldoen:

  • de arbeidsovereenkomst vangt ten vroegste aan vanaf 1 oktober;
  • de werknemer heeft zijn studies volledig beëindigd en alle bijhorende activiteiten stopgezet;
  • de werknemer is niet meer onderworpen aan de leerplicht;
  • de maandelijkse bezoldiging mag niet hoger zijn dan 350 EUR bruto (inkomstenjaar 2019).

De reden dat op deze bezoldigingen van het laatste kwartaal geen bedrijfsvoorheffing dient te worden ingehouden is dat de inkomsten van de jonge werknemer de grens van het belastbaar inkomen niet zullen bereiken en er in principe dus geen belastingen verschuldigd zijn.

Vanaf 1 januari 2020 zijn de inkomsten van de jonge werknemer wel onderworpen aan de bedrijfsvoorheffing.

 

Bron: Koninklijk besluit van 7 december 2018 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, BS 13 december 2018.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.