Geen inkorting opzeggingsvergoeding bij outplacement in geval van definitieve medische ongeschiktheid

De algemene regeling van outplacement werd gewijzigd zodat werknemers met een opzeggingstermijn van minstens 30 weken van wie de gezondheidstoestand op een onomkeerbare wijze niet toelaat om deel te nemen aan het outplacementtrajectrecht hebben recht op een integrale opzeggingsvergoeding (dus zonder aftrek van de kost van het outplacement à rato van 4 weken).

Algemeen stelsel outplacement

Outplacement omvat een geheel van begeleidende diensten en adviezen die aan de ontslagen werknemer worden verleend in opdracht van de werkgever. De bedoeling van outplacement is om de ontslagen werknemer in staat te stellen om binnen een zo kort mogelijke termijn een nieuwe job te vinden bij een andere werkgever of om een beroepsbezigheid als zelfstandige te ontwikkelen.

Vanaf 01.01.2014 werd het recht op outplacement veralgemeend voor alle ontslagen werknemers, die ongeacht hun leeftijd, recht hebben op een opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding van minstens 30 weken en niet ontslagen werden omwille van dringende reden of in het kader van een herstructurering.

Bij een ontslag mits het presteren van een opzeggingstermijn wordt het outplacement aangerekend op het sollicitatieverlof. In geval van een ontslag met uitbetaling van een opzeggingsvergoeding wordt er 4 weken in mindering gebracht van de opzeggingsvergoeding voor de waarde van de outplacementbegeleiding.

Tot en met 31 december 2015 werden werknemers niet gesanctioneerd indien deze geen gebruik maakten van hun recht op outplacement. De opzegvergoeding werd tot dan enkel ingekort met 4 weken indien de werknemer gebruik maakte van zijn recht op outplacement. Om de ontslagkost voor de werkgever niet de hoogte in te jagen, werd met de wet betreffende het eenheidsstatuut vastgelegd dat vier weken loon zou mogen in mindering worden gebracht van de ontslagvergoeding wanneer een ontslagen werknemer recht heeft op outplacement. Daarbij speelt het verder geen rol of die werknemer al dan niet dat recht op outplacement ook effectief uitoefent of kan uitoefenen. De vermindering van de opzeggingsvergoeding met vier weken loon is dus gekoppeld aan het recht op outplacement, niet aan de effectieve uitoefening van dat recht door de werknemer

Medische ongeschiktheid?

Indien op het ogenblik van het ontslag vaststaat dat de werknemer omwille van zijn medische toestand de outplacementbegeleiding niet kan volgen wordt dit als onrechtvaardig beschouwd. Bijvoorbeeld werknemers die terminaal ziek zijn.

Er wordt nu voorzien dat een werknemer die binnen de 7 dagen na de dag van de kennisname van het ontslag aan de hand van geneeskundig getuigschriften aantoont dat hij medisch ongeschikt is om een outplacementbegeleiding te volgen, heeft geen recht outplacementbegeleiding. De werkgever zal in dergelijke situatie dus geen outplacement moeten aanbieden. Daartegenover staat dan weer dat de werkgever ook geen 4 weken loon mogen aftrekken van de opzeggingsvergoeding.

Het geneeskundig getuigschrift kan uitgaan van de behandelende arts van de werknemer of van een door de werkgever aangestelde arts.

Inwerkingtreding

De afwijking in geval de werknemer medisch ongeschikt is, trad in werking op 15 februari 2018.

 

Bron: wet van 15 januari 2018 houdende diverse bepalingen inzake werk, BS 5 februari 2018.